![]() |
Natuurijs verwachtingen. De vorming, aangroei van natuurijs is een uiterst ingewikkeld proces dat van verscheidene factoren afhangt. Niet alleen de temperatuur, maar ook wind, bewolking en vochtigheid zijn van grote invloed. Ook de stroomsnelheid, diepte en ligging van het water spelen een belangrijke rol. Op stilstaand water vormt zich eerder ijs dan in een str...lees meer>>> |
![]() |
Het voordeel van de klapschaats. Met de klapschaats is het mogelijk om een volledige strekking van het been te maken inclusief de kuitstrekkers, zoals men ook doet als men een sprong maakt. Dit is niet mogelijk met vaste schaatsen daar een strekking van de kuitspieren daarbij resulteert in het vastboren van de punt van de schaats in het ijs... Lees meer>>> |
![]() |
Gevoelstemperatuur. Het verschijnsel gevoelstemperatuur, of wind chill, is dat het in de wind een stuk kouder aanvoelt dan uit de wind. Hoe kouder het is en hoe harder het waait, des te kouder voelt het aan. We kunnen dat warmteverlies uitdrukken in een soort gevoelswaarde van de temperatuur.voor de berekening daarvan bestaan verschillende ...Lees meer>>> |
| Organisaties en clubs | Deventer Ijsclub (DYC) |
| KNSB schaatsbond | |
| Gezondheid en training | Flowfysio |
| MYLAPS rondetijden Scheg | |
| MYLAPS transponder bestellen | |
| Weer | KNMI ensembleverwachting |
| Ijs prognose | |
| Winkels | Telstar |
| Fabrikanten | Viking |
| Zandstra | |
| Raps | |
| Maple |
Natuurijs verwachtingen.
De vorming, aangroei van natuurijs is een uiterst ingewikkeld proces dat van verscheidene factoren afhangt. Niet alleen de temperatuur, maar ook wind, bewolking en vochtigheid zijn van grote invloed. Ook de stroomsnelheid, diepte en ligging van het water spelen een belangrijke rol. Op stilstaand water vormt zich eerder ijs dan in een stromende rivier, maar naarmate de waterplas dieper is duurt het langer voordat ijsvorming optreedt. Onder bruggen gaat de ijsvorming langzamer omdat de uitstraling daar minder sterk is net als onder een wolkendek.
Bewolking tempert 's nachts de afkoeling, maar beschermt het ijs overdag tegen de warme zon. Is de lucht echter droog dan is ook de verdamping groot, waardoor veel warmte aan het water wordt onttrokken. Onder die omstandigheden zal het ijs ook bij een luchttemperatuur van iets boven het vriespunt aangroeien. In vochtiger lucht is dat niet het geval en zal bij temperaturen boven nul water op het ijs komen te staan.
Wind zal het bevriezingsproces in de regel versnellen, omdat de warmte die vrijkomt bij bevriezing dan snel wordt afgevoerd. Waait het echter hard dan wordt de bevriezing juist vertraagd, omdat het water dan goed mengt en het warme bodemwater omhoog komt. Zo blijven de voor schaatsers zo verraderlijke wakken bestaan, die tijdens een winderige vorstperiode dagenlang open kunnen blijven. Onder een laag sneeuw groeit het ijs in de regel minder snel aan. Het gewicht van de sneeuw kan het ijs onder water duwen. Vooral verse sneeuw is bovendien een slechte warmtegeleider, waardoor het ondergesneeuwde ijs nauwelijks warmte verliest en bevriezing wordt tegengegaan.
Het KNMI heeft op grond van deze factoren computerberekeningen uitgevoerd van de ijsdikte in Midden-Nederland over de afgelopen 30 jaar. Een ijslaag van meer dan 10 cm komt in sommige winters gedurende tientallen dagen voor. In de winter van 1991 was dat op 18 dagen het geval, in de zeer strenge winter van 1963 zelfs op 80 dagen. Die winter moet het ijs een dikte hebben gehad van ruim 40 cm.
In de winter van 1996 bereikte het ijs een dikte van 25 cm en dat was 3 tot 4 cm minder dan in de winter van 1979 en in de winters van 1985, 1986 en 1987. Op 11 januari 1997, aan het eind van de eerste vorstperiode, was het ijs in De Bilt aangegroeid tot 32 cm en daarmee hadden we de dikste ijslaag sinds de winter van 1963.
Het voordeel van de klapschaats.
Met de klapschaats is het mogelijk om een volledige strekking van het been te maken inclusief de kuitstrekkers, zoals men ook doet als men een sprong maakt. Dit is niet mogelijk met vaste schaatsen daar een strekking van de kuitspieren daarbij resulteert in het vastboren van de punt van de schaats in het ijs (het zogenaamde punteren). Dit punteren remt de beweging daar de bewegende schaats ineens verankert wordt in een vast punt op het ijs. De klapschaats heeft dit probleem niet omdat het ijzer gewoon in zijn geheel op het ijs blijft en kan doorglijden.
De eerste schaats was nog een prototype en had last van allemaal kinderziektes zoals speling, vastplakken van de schaats in de houder door water en brekende veren. Ook hadden rijders problemen met starten daar het niet meer mogelijk was om een puntstart te maken (punt vastzetten in het ijs), zoals men gewend was met vaste schaatsen. Er is een schaats verschenen met een oplossing voor dit probleem (het zogenaamde startmechanisme) ontworpen door Arnold Barends, maar dit is nooit op grote schaal uitgewerkt. Al vrij snel hadden de grote schaatsfabrikanten door dat de klapschaats the way to go was en ontwikkelden ze allerlei verbeterde versies.
We kunnen het warmteverlies uitdrukken in een gevoelswaarde van de temperatuur, gevoelstemperatuur genoemd. Het KNMI maakt tegenwoordig gebruik van een recent in Canada ontwikkelde formule, die inmiddels ook in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en IJsland wordt gehanteerd. Deze wetenschappelijk onderbouwde methode (Joint Action Group on Weather Indices) is gebaseerd op het warmtetransport van het lichaam naar de huid. De zogenaamde JAG/TI index staat dichter bij de menselijke ervaring van warmteverlies dan andere methodes.
De vermelde gevoelstemperatuur geldt voor een gezond, volwassen en wandelend persoon van gemiddelde lengte. De gevoelstemperatuur wordt berekend uit een combinatie van de luchttemperatuur en de windsnelheid. De zon speelt geen rol in de berekeningsmethode maar bij zonnig weer voelt het minder koud aan dan de berekende gevoelstemperatuur doet vermoeden.
Bron; KNMI









